2009: VERRASSEND HOGE INKOMSTEN DOOR GIFTEN VAN PARTICULIEREN ÉN CO-FINANCIERING DOOR BEDRIJVEN
Uitstekend jaar
Voor de Nierstichting gaat 2009 de boeken in als een topjaar op het gebied van inkomsten. Zo waren de totale baten – ondanks de economische recessie – verrassend hoog, namelijk bijna 21,4 miljoen euro. Dit komt overeen met een stijging van ongeveer 10 procent in vergelijking met 2008.
Een mooie prestatie, zeker omdat de verwachtingen qua inkomsten voor 2009 gematigd waren. Zo werden de signalen in het laatste kwartaal van 2008 steeds sterker dat de financiële crisis niet van korte duur was en ingrijpende gevolgen zou hebben voor de wereldeconomie. Aanleiding voor de Nierstichting concrete maatregelen te treffen. Zo zijn mogelijke kostenbesparingen in kaart gebracht en verschillende scenario’s uitgewerkt met het oog op tegenvallende inkomsten. Ook zijn interne bedrijfsprocessen onder het vergrootglas gelegd om een hogere efficiency te bereiken.
Het belangrijkste uitgangspunt was het creëren van waarborgen voor de continuïteit van de organisatie (overeenkomstig de door de brancheorganisatie opgestelde spelregels). Per kwartaal evalueerde het MT wat er was bereikt in relatie tot de verwachtingen. Met als opvallende uitkomst dat de crisis de inkomsten van de Nierstichting niet beïnvloed heeft. Integendeel: in de tweede helft van het jaar werd duidelijk dat 2009 een uitstekend jaar zou worden en dat de inkomsten fors hoger zouden uitvallen dan begroot. Een resultaat dat vooral het gevolg is van de fors hogere inkomsten uit nalatenschappen.
Een direct gevolg van deze meevallende inkomsten is dat het bestedingspercentage (de verhouding tussen bestedingen en totale inkomsten) in 2009 vrij laag is, namelijk 65,7 procent. Dat is ongeveer 10 procent lager dan in het voorgaande jaar en ruim 10 procent onder de norm die de Nierstichting zichzelf heeft gesteld. Doordat echter de extra inkomsten vooral in de tweede helft van 2009 zijn gerealiseerd, kon er in de toewijzing van subsidies in dat jaar onvoldoende rekening mee worden gehouden. We zullen er alles aan doen deze ‘onderbesteding’ in het boekjaar 2010 te compenseren. Desondanks heeft de Nierstichting in 2009 ruim 10 miljoen euro uitgegeven aan projecten en onderzoeken die bijdragen aan haar missie: een toekomst met zo weinig mogelijk nierziekten én een betere toekomst voor nierpatiënten. Dit is ongeveer hetzelfde bedrag als in 2008.
Fondsenwerving
Ondanks het onvoorspelbare economische klimaat was 2009 qua inkomsten uit eigen fondsenwerving – met een totale opbrengst van bijna 18,3 miljoen euro en nog eens 3 miljoen euro uit opbrengsten derden – een topjaar. De opbrengsten van de Collecteweek en direct marketing waren vrijwel gelijk aan het voorgaande jaar. De inkomsten uit nalatenschappen stegen echter met bijna 40 procent tot een recordbedrag van ruim 6 miljoen euro. Hoewel deze inkomsten moeilijk voorspelbaar en te beïnvloeden zijn, is dit resultaat deels bereikt door het bevorderen van bewustwording over dit thema onder Nederlandse burgers. Bovendien heeft de samenwerking met VFI-Nalaten, sinds juni 2008, een positieve uitwerking op de afhandelingtermijn van de aangemelde erfstellingen. Hierdoor kan de Nierstichting eerder over de toegezegde gelden beschikken.
De totale kosten van werving stegen met ongeveer 2 procent tot een totaalbedrag van ruim 4,1 miljoen euro. De grootste stijging komt voor rekening van direct marketing-activiteiten. Dit heeft mede te maken met een inhaalslag in 2009. Zo waren de kosten van direct marketing in 2008 – ruim 1,6 miljoen euro – niet representatief en relatief laag, omdat een aantal activiteiten is afgeblazen. Bovendien ontving de Nierstichting in dat jaar een aantal substantiële kortingen van leveranciers.
Voor de Nationale Collecte geldt dat het steeds meer tijd en geld kost om het vrijwilligersbestand op peil te houden. Onder meer als gevolg van extra wervingskosten voor collectanten stegen de kosten met ongeveer 12 procent tot een bedrag van ruim een half miljoen euro. Momenteel is een proces in gang gezet dat tot een structureel efficiëntere aanpak van de collecte moet leiden. Het overall kostenpercentage voor fondsenwerving bedroeg in 2009 22 procent, wat overeenkomt met het percentage in 2008 en precies ligt op het niveau van onze eigen norm.
Programma’s en projecten
In dit tweede jaar van de Meerjarenstrategie Zichtbaar beter zijn we door gegaan op de ingeslagen weg om de kwaliteit van leven van nierpatiënten zichtbaar te verbeteren. Voor de drie thema’s Preventie, Patiëntenzorg en Onderzoek geldt dat we naast lange termijn doelen ook op korte termijn verbeteringen willen realiseren voor nierpatiënten die dagelijks geconfronteerd worden met hun nierziekte.
De ontwikkeling van een draagbare en op termijn implanteerbare kunstnier is een ambitieuze doelstelling van de Nierstichting. Een ambitie die alleen realiteit kan worden als ook andere partijen bereid zijn deze kostbare innovatie te financieren. In 2009 is vier jaar lobby voor het genereren van onderzoeksgelden beloond met de goedkeuring van het project BioKid door het Biomedical Materials Program (BMM). Dit project – waarin 3,9 miljoen wordt geïnvesteerd – staat in het teken van de ontwikkeling van een biologische kunstnier. Ook is in 2009 het Europese project Nephron+ goedgekeurd. Een project waarmee in totaal 6,8 miljoen euro is gemoeid en dat tot doel heeft meet- en regelsystemen en IT-infrastructuur te ontwikkelen voor een veilig gebruik van de draagbare kunstnier. Binnen beide projecten is de Nierstichting deelnemer en medefinancier. Daarnaast financierde zij het project iNephron, waarbij sorbentia en membranen worden geïntegreerd in een draagbare kunstnier.
In totaal is in 2009 fors geïnvesteerd in onderzoek naar de ontwikkeling van een kunstnier. Een enorme opsteker, omdat nu echt grote stappen kunnen worden gezet op weg naar een nieuwe kunstnier en een betere kwaliteit van leven voor nierpatiënten. Bovendien heeft de lobby als resultaat dat de inleg van de Nierstichting slechts een tiende betreft van de kosten van deze projecten. Het overtuigende dat lobby en cofinanciering belangrijke instrumenten zijn om doelstellingen te bereiken. Naast de focus op een betere behandeling van nierpatiënten stond 2009 opnieuw in het teken van preventie. Samen met de Hartstichting, het Diabetesfonds, het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) is PreventieConsult ontwikkeld. Een interventie in de huisartsenpraktijk om mensen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, diabetes en/ of nierziekten vroegtijdig op te sporen. In 2009 ging in een aantal regio’s een pilot van start vooruitlopend op de landelijke introductie in alle huisartsenpraktijken in 2010. Ook is de Landelijke Transmurale Afspraak Chronische Nierschade ontwikkeld. Deze richtlijn ondersteunt huisartsen bij de behandeling van nierpatiënten en maakt duidelijk wanneer doorverwijzing naar de nefroloog noodzakelijk is.
In 2009 heeft de Nierstichting haar uitgavenbeleid op het thema Onderzoek gewijzigd. Zo gaf zij het startsein voor het Consortiaprogramma. Hierin wordt samenwerking tussen vakgroepen gestimuleerd door financiering van een consortiumproject van maximaal 1,5 miljoen euro. De procedure hiervoor is in 2009 gestart en resulteert in 2010 in de goedkeuring van één of twee consortiaprojecten. Vanaf 2010 vervangt dit nieuwe programma het Open Onderzoeksprogramma. Aanleiding voor het aangepaste onderzoeksbeleid is dat goed onderzoek de basis is voor een goede behandeling. De Nierstichting heeft geconstateerd dat nefrologisch onderzoek minder aantrekkelijk is voor jonge talentvolle onderzoekers. De verwachting is dat grote, ambitieuze consortiaprojecten talent zal trekken en innovatie binnen nefrologisch onderzoek stimuleren.
De Nierstichting heeft in 2009 ook geïnvesteerd in andere programma’s en structurele activiteiten ter verbetering van het leven van nierpatiënten. Zo was er net als in voorgaande jaren veel animo voor de reizen die de Nierstichting voor nierpatiënten organiseert. Ook deden nierpatiënten met weinig financiële armslag een beroep op de afdeling Sociaal Beleid van de Nierstichting.
Andere thema’s die in 2009 veel aandacht kregen, waren orgaandonatie en zelfmanagement. Zo is de Nierstichting één van de gezondheidsfondsen die de landelijke campagne ‘Nederland zegt JA’ ondersteunt. Ook heeft zij zitting in de werkgroep die de adviezen van het Masterplan Orgaandonatie uitvoert. Tegelijkertijd blijft de Nierstichting aandacht vragen voor een wetswijziging om te bereiken dat de wachttijd voor een donornier – nu ruim vier jaar - korter wordt. Met het programma Zelfmanagement ondersteunt de Nierstichting innovatieve projecten die nierpatiënten in staat stellen een zelfstandiger leven te leiden.
Communicatie en Voorlichting
De Nierstichting is zich er ten volle van bewust dat zij voor het realiseren van haar missie afhankelijk is van iedereen die haar doelstellingen een warm hart toedraagt. Het zijn niet alleen burgers en bedrijven die de Nierstichting financieel steunen, maar ook personen en organisaties die (vakinhoudelijk) betrokken zijn bij haar missie, zoals wetenschappers, nefrologen, dialyseverpleegkundigen, politici en uiteraard nierpatiënten en hun naaste omgeving.
Gelukkig kon de Nierstichting ook in 2009 rekenen op de steun van talrijke mensen. Zij vindt het dan ook erg belangrijk op een transparante wijze verantwoording af te leggen over haar bestedingen en de resultaten die hiermee zijn bereikt. In 2009 heeft de Nierstichting hieraan invulling gegeven via Nierstichting Nieuws (het kwartaalblad voor donateurs), een magazine en krant voor collectanten, Vrienden in Actie (een uitgave voor vrijwilligers in de regio), en een digitale nieuwsbrief (zes keer per jaar) voor professionals die betrokken zijn bij het werk
van de Nierstichting.
Bovendien vindt de Nierstichting het van belang te weten wat leeft bij haar achterban en andere betrokkenen. Zij staat daarom open voor vragen, suggesties en klachten over haar producten, werkwijze en resultaten van beleid. Omdat zij ook wil weten wat de meningen, wensen en behoeften van haar achterban zijn, heeft de Nierstichting in 2009 het initiatief genomen voor een online klantenpanel voor donateurs en collectanten. De informatie uit dit panel helpt haar beter in te spelen op verwachtingen van donateurs en collectanten en zo hun betrokkenheid te vergroten.
Naast informatievoorziening over het werk van de Nierstichting is een goede voorlichting over het functioneren van de nieren, nierziekten en de behandeling hiervan van wezenlijk belang. Niet alleen voor een juiste beeldvorming, maar ook om nierpatiënten en hun naaste omgeving in staat te stellen zélf de regie over hun ziekte ter hand te nemen. In 2009 heeft de Nierstichting een volledig vernieuwde website gelanceerd voor het grote publiek, patiënten, professionals en andere geïnteresseerden. Naast algemene informatie over nieren en nierziekten is ook uitgebreide informatie opgenomen voor mensen die zelf een nierziekte hebben. Bovendien zijn er middelen ontwikkeld voor kinderen met een nierziekte: de brochure Onderwijs aan Kinderen met een Nierziekte, het handboek Een nierziek kind in de klas, en de brochure Sport en Bewegen, informatie voor kinderen met een nierziekte.
In vrijwel alle communicatie speelt de betekenis van een nierziekte in het dagelijkse leven van nierpatiënten een belangrijke rol. Hiermee investeert de Nierstichting in meer begrip voor mensen met een nierziekte. In 2009 lanceerde de Nierstichting een campagne voor radio, tv en print die zichtbaar maakt wat het betekent een nierziekte te hebben en wat het werk van de Nierstichting betekent voor de kwaliteit van leven van deze mensen. In deze campagne staan Vincent, Hanneke en Sarah centraal. Mensen die zelf nierpatiënt zijn en dagelijks de ingrijpende gevolgen van een nierziekte ervaren. De campagne moet mensen inspireren om donateur van de Nierstichting te worden en zodoende iets te betekenen voor nierpatiënten.
Professor Kollf
In 2009 overleed professor dr. Willem Johan Kolff op 97-jarige leeftijd in zijn woonplaats Newton Square, nabij Philadelphia in de Verenigde Staten. Professor Kolff vond in 1943 in een ziekenhuis in Kampen de kunstnier uit. Een uitvinding – de voorloper van het huidige dialyseapparaat – die het leven heeft gered van meer dan twintig miljoen nierpatiënten over de hele wereld. Professor Kolff was een gedreven arts met een hart en een missie. Een persoonlijkheid die veel heeft betekend voor talloze nierpatiënten.
Professor Kolff was voor de Nierstichting een groot voorbeeld en inspirator. Hij keek in 1943 machteloos toe hoe een nierpatiënt aan zijn aandoening overleed. Dat was de belangrijkste drijfveer voor een uitvinding die het mogelijk maakt de kleine, maar dodelijke hoeveelheid afvalstoffen uit het bloed van nierpatiënten te filteren. Vanuit de overtuiging dat het anders kan, ontwikkelde Kolff – met behulp van een waterpomp en een bommenwerper – de eerste kunstnier.
Ongeveer 25 jaar daarna werd de Nierstichting opgericht door een accountant en een internist. Ook zij vonden het onverteerbaar dat ernstig zieke nierpatiënten overleden, omdat zij niet de dialysebehandeling konden krijgen die zij nodig hadden. Sinds 1991 was Kolff erelid van de Nierstichting. De komende jaren blijft de Nierstichting opereren in de geest van professor Kolff. Zijn vastberadenheid en enorme betrokkenheid zullen herkenbaar zijn én blijven in de manier waarop de Nierstichting opkomt voor de belangen van nierpatiënten. Dit doet zij vanuit de gedeelde overtuiging dat er altijd ruimte is voor verbetering en innovatie en door zich vastberaden in te zetten voor nieuwe oplossingen. Oplossingen die bijdragen aan betere en effectievere behandelmethoden en een betere kwaliteit van leven van nierpatiënten.
Interne organisatie
Personeelsbeleid
Het streven van de Nierstichting haar organisatie zo efficiënt mogelijk in te richten, levert concrete resultaten op. Het uitgangspunt hierbij is beheersing van de omvang van het personeelsbestand. Dit betekent dat vacatures niet meer automatisch worden ingevuld en dat uitbreiding uitsluitend plaatsvindt mits op sleutelposities onvoldoende bezetting is. Het personeelsbestand nam in 2009 fractioneel af tot een aantal van 44,1 FTE. Ondanks de in 2009 toegekende prijscompensatie van 2,5 procent steeg de post Personeelskosten met slechts 0,4 procent ten opzichte van het jaar ervoor.
De getroffen maatregelen ter beteugeling van het verzuim hebben onvoldoende tot het beoogde resultaat geleid; het verzuimcijfer daalde in 2009 licht naar 6 procent. De interne doelstelling blijft gehandhaafd op een verzuimpercentage van 4 procent, gelijk aan of onder het landelijke gemiddelde.
Samenwerking met de OR
In overleg met de ondernemingsraad kwam een nieuw verzuim- en rookbeleid tot stand. Ook is een beleid voor 65-plussers ontwikkeld. De verbeterpunten uit het medewerkers-tevredenheidonderzoek van 2008 zijn grotendeels uitgevoerd. In 2010 staat het thema Leeftijdsbewust Beleid op de agenda, nu gerelateerd aan het cafetariamodel. Het nieuwe verzuimbeleid zal in 2010 worden geëvalueerd, evenals de competentieprofielen. Bovendien wordt een benchmark Salarissen Goede Doelen uitgevoerd. Waar nodig vindt een herziening van het arbeidsreglement plaats.
Kwaliteitsbeleid
Begin 2009 vond – met goed gevolg – een externe audit plaats met het oog op de certificering van het kwaliteitssysteem ISO 9001:2008. Het huidige certificaat vervalt op 31 december 2010.
IT-beleid
In 2009 is het selectieproces voor een nieuw CRM-pakket met succes afgerond. Deze nieuwe toepassing voor relatiebeheer moet bijdragen aan een meer effectieve werving en behoud van donateurs en collectanten. Bovendien moet het systeem resulteren in een grotere betrokkenheid van professionele relaties en andere betrokkenen. Verder levert de realisatie van het nieuwe systeem – medio 2010 – een positieve bijdrage aan een efficiëntere bedrijfsvoering. Op technisch gebied zijn belangrijke stappen gezet ter verbetering van de interne support en het systeembeheer.
Financieel beleid
In het kader van risicomanagement heeft de Nierstichting in 2009 – in nauw overleg met de Raad van Toezicht – verschillende scenario’s uitgewerkt ter verkleining van mogelijk negatieve gevolgen van de economische crisis. Het uitgangspunt was het waarborgen van de continuïteit van de organisatie. Door de onverwachte extra inkomsten uit nalatenschappen was het niet noodzakelijk deze scenario’s toe te passen. De Nierstichting was zelfs in de gelegenheid een extra dotatie te doen aan de Continuïteitsreserve. Met de nieuwe managementrapportage zijn in het verslagjaar goede ervaringen opgedaan. De activiteiten zijn er in 2010 op gericht om de zogenoemde Marap verder te ontwikkelen en te komen tot één geïntegreerd en geautomatiseerd rapportagesysteem.
Beleggingsbeleid
In het verslagjaar is de overeenkomst voor vermogensbeheer met Fortis Investments beëindigd. Na een uitgebreide marktoriëntatie heeft de Nierstichting een overeenkomst afgesloten met ABN Amro Private Banking. De oude effectenportefeuille is in december 2009 in zijn geheel verkocht en gelijktijdig is – ter vermijding van koersrisico – het aankoopprogramma voor de nieuwe portefeuille uitgevoerd. Bij de migratie van de effectenportefeuille is rekening gehouden met bestaande eisen op het gebied van duurzaam vermogensbeheer, zoals vastgelegd in de VFI-handreiking Verantwoord beleggen voor Fondsenwervende Instellingen. Er wordt binnen de beleggingscategorieën zakelijke waarden en vastrentende waarden belegd in individuele aandelen en passieve beleggingsinstrumenten (ETF’s) en/of individuele obligaties en/of participaties in beleggingsfondsen op basis van een conservatief risicoprofiel.
Inkoopbeleid
Een belangrijk speerpunt bij de beheersing van interne organisatiekosten zijn besparingen op de inkoop van goederen en diensten. Deze kunnen worden bereikt door samenwerkingsverbanden met andere gezondheidsfondsen en de Nierpatiënten Vereniging Nederland. Naast de verlenging van het contract met DHL Global Mail voor de postbezorging voor de aangesloten zeven instellingen is in 2009 onderzoek verricht naar de mogelijkheden van collectieve inkoop van bijvoorbeeld grafische diensten. Dit onderzoek is eind december 2009 afgerond en krijgt in 2010 een vervolg.
Kengetallen
In het Jaarverslag 2008 van de Nierstichting zijn voor het eerst de nieuwe regels voor de jaarlijkse verslaglegging van fondsenwervende instellingen toegepast. Eén van de wijzigingen betreft de verplichte opname van zogenoemde ‘kengetallen’ in de jaarrekening. Hiermee wordt beoogd de transparantie en uniformiteit van de jaarverslagen voor de gemiddelde lezer te vergroten. Een belangrijk criterium van de jury van de Transparant Prijs 2009 is dat het bestuur van een organisatie voor kengetallen een eigen norm bepaalt en deze toelicht in haar jaarverslag. De Nierstichting neemt deze aanbeveling over, omdat zij hiermee een middel in handen heeft waarmee zij de effectiviteit van haar handelen kan meten.
Voor de onderbouwing van haar eigen norm heeft de Nierstichting aansluiting gezocht bij een zogenoemde ‘peergroup’: de Nederlandse Hartstichting, het Astma Fonds en het Reumafonds. Omdat de jaarcijfers van deze organisaties over 2009 nog niet gepubliceerd zijn, c.q. bij ons nog niet bekend zijn, is deze vergelijking gebaseerd op de kengetallen in 2008. De Nierstichting beschouwt de ‘peergroup’ als referentiekader. Zij stelt zich ten doel binnen drie jaar naar het gemiddelde van deze groep toe te groeien. Hieronder volgt een overzicht van kengetallen en hun normering, zoals deze in het vervolg in de jaarrekening worden opgenomen.
De kengetallen en hun normering:
Kostenpercentage eigen fondsenwerving: dit percentage geeft inzicht in de omvang van de kosten van eigen fondsenwerving. Het Centraal Bureau Fondsenwerving hanteert voor houders van het CBF-keurmerk een norm van maximaal 25 procent (gemiddeld over drie jaar). De Nierstichting hanteert een eigen norm van 22 procent. Dit percentage is gelijk aan de realisatie in 2009.
Bestedingsratio: dit percentage brengt de verhouding tussen bestedingen en totale inkomsten tot uitdrukking. Een ratio groter dan 100 procent betekent dat de bestedingen hoger zijn dan de inkomsten. De Nierstichting hanteert een eigen norm van 77 procent, gemiddeld over een periode van drie jaar. In 2009 bedroeg de bestedingsratio 65,7 procent.
Kosten beheer en administratie: dit percentage brengt de verhouding tussen de kosten van intern beheer en administratie en de totale lasten van de organisatie (inclusief de bestedingen ten behoeve van de doelstellingen) in enig jaar tot uitdrukking. Deze kosten kunnen niet worden toegerekend aan de doelstellingen of de werving van baten. Op basis van een nog uit te voeren onderzoek naar de kostentoerekening door andere fondsen, zal de Nierstichting in 2010 de eigen normering voor dit onderdeel vaststellen. Binnen de genoemde ‘peergroup’ bestaan namelijk grote verschillen in de hoogte van dit percentage. Voor de Nierstichting bedroeg het kostenpercentage beheer en administratie in 2009 7,4 procent.
Toekomstvisie
Het belangrijkste richtsnoer voor de nabije toekomst is het Meerjarenbeleidsplan met de titel Zichtbaar Beter. Het beter zichtbaar maken van een nierziekte door vroege identificatie staat hierin centraal. Als in een vroegtijdig stadium de juiste behandeling wordt ingezet, is het namelijk mogelijk het ziekteproces te vertragen en soms zelfs te stoppen. Als dit niet meer mogelijk is – en hiervan is helaas in veruit de meeste gevallen nog altijd sprake – beschouwt de Nierstichting het als haar verantwoordelijkheid de patiënten te ondersteunen bij het realiseren van een zo goed mogelijke kwaliteit van leven. Ook wil zij ervoor zorgen dat de kans op transplantatie binnen handbereik komt en de gemiddelde wachttijd van ruim 4 jaar voor een postmortale nier korter wordt. Want elk jaar dialyseren lijdt tot een slechtere conditie voor de patiënt.
Daarom blijft de Nierstichting zich onverminderd inzetten voor een systeem van Actieve Donorregistratie als voorwaarde voor een substantiële groei van het aantal donoren. Sinds de invoering van de huidige wet – nu dertien jaar geleden – kwam de oplossing voor het donortekort, ondanks al het ‘flankerende beleid’, geen stap dichterbij. Hoewel het meerjarenplan richtinggevend is voor de jaarplannen tot 2012 is de Nierstichting zich er terdege van bewust dat de snel veranderende omgeving regelmatig om aanpassingen van onze plannen vraagt. Motto is dan ook: alert opereren en waar noodzakelijk inspelen op veranderingen.
Economische crisis en vooruitzichten
Bij het opstellen van de plannen voor 2010 heeft de Nierstichting zichzelf de vraag gesteld hoe zij moet anticiperen op de huidige economische situatie. Eind 2009 was zij van mening dat de crisis zich zal voortzetten. Ondanks tekenen van herstel zijn de winsten van beursgenoteerde bedrijven met 50 procent gedaald. Kostenreducties vertalen zich nog steeds in massaontslagen. Ook hebben de financiële impulsen van de overheid hun grenzen bereikt. Een overheid die nu zelf met een enorm tekort kampt, waarvan de rekening vroeg of laat aan burgers wordt gepresenteerd.
Niettemin is de Nierstichting optimistischer dan vorig jaar. Tussen oktober 2008 en januari 2009 kromp de wereldhandel met 20 procent. Nu bevindt de internationale economie zich alweer 15 procent boven dit dieptepunt. Ook de inkomsten van de Nierstichting zijn in de eerste maanden van 2010 boven verwachting. Niettemin zijn de in 2008 ontwikkelde scenario’s binnen handbereik en volgt de Nierstichting de economische ontwikkelingen op de voet.
Sterke merkpositie
De Nierstichting heeft als gezondheidsfonds een sterke merkpositie. Een positie die zij elke keer weer moet bevechten in een marktomgeving die steeds professioneler opereert. Hoe noodzakelijk is professionalisering en hoe ver moeten we gaan als we dingen naar de gunst van burgers en bedrijven? Hoewel het goed is hierover kritisch na te denken, is een goede marketing onontbeerlijk met het oog op een sterke merkpositie en goede naamsbekendheid. Zeker nu in de charitatieve markt steeds meer spelers hun intrede doen. Een verdere groei van onze inkomsten is dan ook een voorwaarde om fondsen te creëren voor de projecten en programma’s die de Nierstichting initieert. Nu traditionele methodes voor fondsenwerving steeds meer onder druk staan, is het cruciaal voortdurend bezig te zijn met innovatie en hierin te investeren. Een proces dat creativiteit en veel inspanningen vereist, maar uiteindelijk leidt tot tastbare resultaten. Zodat de Nierstichting een bijdrage kan blijven leveren aan zaken die daadwerkelijk verschil maken in het leven van nierpatiënten.
Bussum, april 2010
Paul Beerkens
Algemeen Directeur
Nierstichting Nederland