Het programma Implanteerbare Kunstnier is gericht op de ontwikkeling van de draagbare en uiteindelijk implanteerbare kunstnier op basis van intelligente membranen in combinatie met niercellen. Met als belangrijkste ambitie betere overlevingskansen en een betere kwaliteit van leven voor dialysepatiënten te realiseren.
De beste behandeling voor ernstige nierschade is een niertransplantatie. Door het grote tekort aan orgaandonoren is de meerderheid van de patiënten echter aangewezen op dialyse. Helaas vervangt dialyse de nierfunctie slechts voor 15 à 20 procent. Dat komt doordat bij dialyse het bloed ‘gezuiverd’ wordt door het langs een membraan te leiden, met schone vloeistof aan de andere kant. Slechts een deel van de afvalstoffen en overtollig vocht wordt zo uit het lichaam verwijderd. Bovendien dialyseren de meeste mensen niet voortdurend, zodat afvalstoffen en vocht zich snel ophopen. Daardoor blijven afwijkingen in de vochthuishouding en bloeddrukregulatie bestaan. Met een grote belasting voor het hart tot gevolg. Hierdoor gaat dialyse gepaard met veel klachten, strenge diëten, strakke leefregels en een grote kans op ernstige complicaties. Jaarlijks overlijdt 15 tot 20 procent van de dialysepatiënten hieraan.
De Nierstichting wil nierpatiënten betere overlevingskansen bieden. Om dat te bereiken, maakt zij zich onder meer sterk voor de ontwikkeling van een implanteerbare kunstnier. Een kunstnier die de functies van een gezonde nier in het lichaam nabootst, want een nierpatiënt zou zich veel fitter voelen als het bloed continu - 24 uur per dag - gezuiverd wordt. Er is veel onderzoek en geld nodig om deze droom te realiseren. Vandaar dat de Nierstichting zich inzet voor de ontwikkeling van een draagbare kunstnier, die zorgt voor een voortdurende zuivering van het bloed.
Bovendien ondersteunt de Nierstichting onderzoek naar de ontwikkeling van een biologische kunstnier. Deze bestaat uit een dialysemembraan met gekweekte niercellen die het mogelijk maken tijdens de dialysebehandeling meer afvalstoffen uit het bloed te verwijderen. Ook dit zal gezondheidswinst opleveren.
De Nierstichting streeft ernaar dat de innovaties tijdens het ontwikkeltraject van de draagbare en biologische kunstnier ook ingezet worden om de huidige dialysetechniek te verbeteren. Als het lukt dit te realiseren, is dat een enorme stap vooruit in het leven van talloze nierpatiënten.
Realisatie onderzoeksprojecten
In 2009 is (aanvullende) financiering gerealiseerd voor het onderzoek naar de draagbare en biologische kunstnier.
Voor het onderzoek naar de draagbare kunstnier participeert de Nierstichting in het Europese onderzoeksconsortium Nephron+. Dit richt zich op de ontwikkeling van de sensoren en een IT-infrastructuur die nodig zijn om een draagbare kunstnier veilig te kunnen gebruiken. Dit kosten van dit onderzoek, dat in 2010 van start gaat, zijn met een Europese subsidie van 5 miljoen euro grotendeels gedekt.
De draagbare kunstnier wordt ontwikkeld binnen een samenwerkingsverband tussen bedrijven en academische onderzoeksgroepen in Nederland. In 2008 is subsidie verleend aan een pilot-project om de capaciteit en specifieke kenmerken van absorptiematerialen te testen. Op basis van de veelbelovende resultaten volgde in 2009 het besluit de ontwikkeling van absorptiematerialen voort te zetten. Ook wordt subsidie verleend voor een nieuw onderzoek (iNephron) dat binnen twee jaar moet leiden tot een eerste prototype van de draagbare kunstnier.
Binnen het BioMedical Materials Programma (BMM) - een door de overheid gesubsidieerde publiek-private samenwerking die zich richt op biomedische materialen - is in 2009 een aanvraag toegekend voor de biologische kunstnier (BioKid). Naar verwachting is in 2013 een prototype biologische kunstnier gereed. Aan dit project - waarmee een bedrag van in totaal € 3,9 miljoen gemoeid is - heeft de Nierstichting ruim € 500.000 bijgedragen. Het resterende bedrag is afkomstig van de overheid, de participerende bedrijven, technische universiteiten en universitair medische centra.
Verkenning publiek-private samenwerking
De samenwerking tussen wetenschappelijke centra en het bedrijfsleven vergroot de kans dat kunstnieren ontwikkeld worden die daadwerkelijk toegevoegde waarde bieden aan patiënten. De overheid gaf met haar subsidie aan het BMM-programma een enorme impuls aan publiek-private samenwerking. Voor de lange termijn is echter structurele financiering nodig. In 2009 heeft de Nierstichting dan ook mogelijkheid onderzocht om door de oprichting van een publiek-private onderneming kennis en kapitaal bij elkaar te brengen in een nieuwe ondernemingsvorm en zo een versnelling te realiseren.
Aan het Programma Implanteerbare Kunstnier is in 2009 € 1.261.150 uitgegeven.
In 2010 vervult de Nierstichting een actieve rol als partner in onderzoeksprojecten die al gestart zijn (BioKid) of waarvoor in 2010 het startsein wordt gegeven (Nephron+). Zij bewaakt hierbij de voortgang en de kwaliteit van de samenwerking en behartigt de belangen van nierpatiënten.
Een ander belangrijk speerpunt is de werving van middelen voor de voorzetting van succesvolle onderzoeksprojecten met het oog op de ontwikkeling van een implanteerbare kunstnier. Voor een deel geeft de Nierstichting hieraan invulling door deel te nemen in nieuwe samenwerkingsverbanden, zoals het Netherlands Initiative for Regenerative Medicine (NIRM). Ook onderzoekt zij de mogelijkheden van private financiering. In dit kader worden de plannen voor de oprichting van een publiek-private onderneming in 2010 verder uitgewerkt.
Programmamanager: dr. J.M Boomker
Dialyseverpleegkundige Karin Moret: "Het is hoopvol dat de wetenschap werkt aan nieuwe, betere oplossingen om nierpatiënten te helpen. De komst van een draagbare kunstnier kan het leven met een nierziekte totaal veranderen."