• 2005
  • 2006
  • 2007
  • 2008
  • 2009
  • 2010

Vroege Opsporing Nierschade

Mensen met nierschade eerder opsporen en behandelen om daarmee nierfalen te voorkomen.



Waarom dit programma?

Nierschade is een sluipend proces. In het begin hebben mensen nierschade zonder dat zij hiervan iets merken. Pas als de nieren nog voor slechts 30 procent functioneren, doen zich de eerste duidelijke klachten voor. Dikwijls is dan al sprake van een onomkeerbaar proces en kan nierfunctievervangende behandeling de enige oplossing zijn. Uit onderzoek blijkt dat bij ongeveer 1 op de 200 volwassen Nederlanders sprake is van nierschade. Bij mensen met diabetes mellitus en hypertensie is het risico nog groter: hierbij is bij 1 op de 6 patiënten sprake van nierschade. Preventie is dan ook vooral gericht op de beperken van risicofactoren voor deze aandoeningen en de vroegtijdige opsporing van nierschade bij mensen met hypertensie en/of diabetes mellitus.


Wat hebben we bereikt in 2009?

Richtlijnen voor betere zorg
In 2009 kwam in samenwerking met het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Nederlandse Federatie voor de Nefrologie (NfN) en de Nederlandsche Internisten Vereeniging (NIV) de Landelijke Transmurale Afspraak Chronische Nierschade tot stand. Dit is een richtlijn voor de preventie van chronische nierschade in de huisartsenpraktijk. Deze richtlijn is in het najaar van 2009 gepubliceerd op de website van het NHG en verspreid onder huisartsen. De geplande implementatie heeft in 2009 helaas nog niet plaats gevonden. Wel hebben het Hans Mak Instituut, de NfN en de Nierstichting in het najaar van 2009 een congres georganiseerd met als thema ‘De kwaliteit van de keten’. Hierbij kwamen richtlijnen voor de opsporing en behandeling van chronische nierschade aan bod. Richtlijnen die huisartsen, verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en nefrologen handvatten kunnen bieden voor de vroegtijdige opsporing van nierschade.

Aansluitend aan het congres ging een initiatief van start met het oog op de ontwikkeling van een Zorgstandaard Chronische Nierschade. Deze standaard beschrijft op wetenschappelijke basis aan welke voorwaarden een goede zorg moet voldoen. Om te komen tot een betere integratie van chronische nierschade in bestaande zorgstandaarden voor diabetes mellitus en cardiovasculair risicomanagement kwam samenwerking tot stand met de Nederlandse Diabetes Federatie en het Platform Vitale Vaten. Een samenwerking die in 2010 een vervolg krijgt binnen het nieuwe programma ‘Behoud Nierfunctie Nu!’.

Bevordering samenwerking tussen de eerste en tweede lijn 
In 2009 is een extra subsidie verleend voor het Sharing-project: een model voor gedeelde zorg in de eerste lijn. Binnen dit project wordt een webbased applicatie ontwikkeld waarmee huisartsen en/of de praktijkondersteuners met nefrologen een behandelplan kunnen opstellen. Een pilot loopt in een klein aantal huisartspraktijken; de resultaten zijn medio 2010 bekend. Ook gaf de Nierstichting subsidie aan de laatste fase van het Masterplan-project over preventie van cardiovasculaire ziekten bij patiënten met chronische nierschade. Dit krijgt invulling door de inzet van een speciaal getrainde nurse practitioner. De resultaten van dit onderzoek zijn naar verwachting in 2011 bekend.

PREVEND-studie
In 2008 zegde de Nierstichting € 1,2 miljoen subsidie toe aan PREVEND (Prevention of Renal and Vascular End Stage Disease). Dit is een bevolkingsonderzoek dat in 1997 van start ging vanuit het Universitair Medisch Centrum Groningen onder een groep van (bij aanvang) 40.000 Groningers. Het grootste deel van deze subsidie is gefinancierd uit het budget van 2009. Dankzij deze subsidie wordt de onderzoekspopulatie voor de vijfde keer gescreend op ontwikkelingen in de hoeveelheid eiwit in de urine, de nierfunctie en andere medische parameters. Door dit langlopende bevolkingsonderzoek ontstaat beter inzicht in het proces van nierfunctieverlies, risicofactoren en de voorspellers daarvan. Hierdoor kunnen mensen die een achteruitgang van nierfunctie vertonen vroegtijdig worden behandeld.


Wat hebben we besteed in 2009?

Aan het programma Vroege Opsporing Nierschade is in 2009 € 996.777 uitgegeven.


Hoe gaan we verder?

De plannen voor 2010 staan in het teken van een verbetering van de samenwerking en communicatie in de eerste lijn bij de vroege opsporing van nierziekten. We richten ons hierbij op de huisarts, praktijkondersteuner en apotheker en de implementatie van de nieuwe richtlijnen. Over de geïntegreerde opsporing en behandeling van de nierschade wordt in 2010 een addendum geschreven voor de zorgstandaarden diabetes mellitus en cardiovasculair risicomanagement. Het streven is deze activiteiten onder te brengen in het nieuwe programma 'Behoud Nierfunctie Nu'.


Medewerkers

Programmamanager Preventie (tot 1 juli 2009): mw. dr. J.J. Dasselaar
Programmamanager Preventie (vanaf 1 juli 2009): dr. J.M. Boomker
Programmasecretaris: mw. M. Mast
Programmamedewerker: mw. D.I.R van der Brugge
Programmamedewerker: mw. ir. N.E. Warmenhoven


Professor Paul de Jong: “Onderzoek geeft meer inzicht in het proces van nierfunctieverlies en biedt nieuwe fundamenten aan vroege opsporing en tijdige behandeling van nierfalen. Dankzij resultaten uit de Nederlandse PREVEND-studie weten we nu dat mensen met eiwit in de urine een sterk verhoogd risico lopen op het krijgen van eindstadium nierfalen én op cardiovasculaire complicaties. We rusten niet voordat we weten op welke manier we die mensen met eiwitverlies het beste kunnen opsporen en hoe we die mensen in een vroegere fase moeten behandelen om uiteindelijk noodzaak van nierfunctievervangende behandeling te kunnen vermijden.”